Kwpa/Zone.college studiedag Precisie Landbouw Aeres Dronten

Studiedag bij Aeres in Dronten: ideale mix van theorie en praktijk

Het was niet alleen een leuk uitje, de trip die de studenten van het Zone.college op maandag 26 oktober maakten naar Dronten. Hun studiedag op de Aeres Hogeschool was vooral ook erg leerzaam en interessant. “Op die ene dag hebben we nu al een hoop geleerd. Ik wist bijvoorbeeld niet dat de techniek al zó ver was”, vertelt student Mees Masselink. “En alleen al het feit dat we daar op school en in de Flevopolder rond konden kijken”, zegt Zone-docent Joost Flierman, “maakte het een geslaagde dag. Verder was het een erg mooie combinatie tussen de theorie en een praktisch verhaal.”

De studiedag op 26 oktober in Dronten werd door Kwpa en Aeres Hogeschool speciaal georganiseerd voor de studenten van het Zone.college, van de vestigingen Doetinchem, Almelo, Hardenberg en Zwolle. De onderwerpen taakkaarten en precisielandbouw in het algemeen (met een introductie over precisielandbouw en vervolgens satellietnavigatie en plaatsbepaling) stonden op het programma, twee groepen van acht studenten gingen afwisselend voor en na de middagpauze met deze onderwerpen aan de slag.

“In beide gevallen werd begonnen met een stuk theorie, daarna kwam de praktijk aan bod”, vertelt Joost Flierman, die op het Zone.college in Doetinchem docent Groen, grond en infra is (“maar meestal wordt het ‘docent loonwerk’ genoemd”) en het keuzevak precisielandbouw geeft aan de derdejaars niveau 4-studenten.

De ene groep ging onder leiding van Aeres-docent Altjo Medema van start met precisielandbouw; eerst de theorie, daarna een praktijkopdracht. Die bestond uit het intekenen van een perceel, op twee verschillende manieren: de helft deed dit met een speciaal hiervoor ontwikkelde handheld gps-ontvanger, de anderen maakten gebruik van een ‘simpele’ app op de mobiele telefoon die werkt op Google Maps. Flierman: “Na een ronde over het terrein bij de hogeschool, om alle informatie te verzamelen, was het de bedoeling om daarmee aan de slag te gaan en een perceel in te tekenen. Dan zag je, op dat gps-device of in Maps, dus waar je net gelopen had met alle benodigde gegevens erbij. Het was leuk om te ervaren dat, naast zo’n gps-apparaat dat tot duizenden euro’s kan kosten, een gratis app op de mobiel in sommige gevallen ook best toereikend kan zijn.”

Door de andere groep van acht studenten werd ondertussen het andere onderwerp – taakkaarten – behandeld. “Daar hebben we kunnen ervaren hoe het werkt om land niet op de reguliere manier te bewerken, op perceelniveau, maar om juist binnen het perceel te kunnen variëren: plaatsspecifiek bepalen op welke delen je meer of juist minder (kunst)mest of bijvoorbeeld kalk wilt hebben. Met behulp van taakkaarten kun je een machine zo aansturen dat er op een bepaalde plek precies de gewenste dosering wordt afgegeven. Karl Selles gaf les in het gebruik van de Farm Works-software; hoe maak je zo’n taakkaart, waar moet je rekening mee houden? Alle studenten konden achter de computer kruipen om dit te oefenen met het perceel waar ze, thuis of op de stage, ook echt mee werken.”

Om dat gebruik van taakkaart ook daadwerkelijk in de praktijk te leren, stonden vervolgens buiten de trekkers (met werktuigen zelfs) klaar om een echte ronde te maken, maar dan met een taakkaart die door Selles was gemaakt voor het perceel bij de hogeschool in Dronten. Flierman: “Na de theorie waren hier dus twee praktijkopdrachten: eerst het maken van een ‘eigen’ taakkaart, daarna buiten zelf op de trekker met gps, om te kijken hoe dat nou werkt om – fictief – een perceel op die manier te bewerken, met bijvoorbeeld spuiten en strooien.”

Net als Flierman kijkt Selles, docent/onderzoeker Agrotechniek & management bij Aeres, terug op een geslaagde studiedag. “We weten vooraf niet wat de voorkennis van de verschillende studenten is, dus we ontkomen er niet aan om in ieder geval de basis van de theorie te behandelen. Maar we willen op zo’n dag niet alleen praten, maar ook doen, dus we zijn zo snel mogelijk verder gegaan met de praktijk. In mijn geval het maken van een taakkaart: hoe gaat dat nou eigenlijk? Het belangrijkste daarbij is niet het computerprogramma; dat kunnen de studenten door te oefenen wel onder de knie krijgen. Waar het nog meer om gaat, is het nemen van de juiste beslissing. Dus of je een stukje land nou meer of juist minder moet bemesten, en op basis waarvan je zulke (complexe) beslissingen neemt. En aansluitend het rijden zelf – doet die machine dan wat je vooraf had bedacht? Dat ging heel goed. Voor ons als Aeres was het mooi om te kunnen laten zien dat er ook op het hbo voldoende ruimte voor praktijkonderwijs is.” Een mooi combinatie van theorie en praktijk, vond ook Flierman. “En het was sowieso mooi dat we weer eens met de studenten in Dronten langs konden komen. Elk jaar leveren we meerdere afgestudeerden aan de Aeres Hogeschool, dus voor sommige van de aanwezigen was het misschien wel de plek waar ze volgend jaar naar school gaan.”

Het enthousiasme was er, gelukkig, niet alleen bij de docenten. Ko van Gent en Mees Masselink, studenten van het Zone.college in Doetinchem, kijken eveneens terug op een leerzaam uitstapje. “Het was erg interessant”, stelt Van Gent, “vooral dat er op dingen die we op school in Doetinchem wel krijgen nu veel dieper werd ingegaan. Want we worden als niveau 4-studenten niet alleen opgeleid om iets uit te voeren, het is ook belangrijk dat je weet waaróm we dingen doen. Waarom we nú mais hakselen en niet over een week, dat soort dingen. En het oefenen in de praktijk was mooi: dat je zelf ervaart hoe zo’n machine reageert op een taakkaart, leuk om daar een idee van te krijgen.”

Masselink vond het bovendien ‘überhaupt al leuk om eens in Dronten rond te lopen’. “Want ik ben inderdaad van plan om daar na het Zone.college te gaan studeren. Op die ene dag hebben we nu al een hoop geleerd. Ik wist bijvoorbeeld niet dat de techniek al zó ver was, dat er robots met plantherkenning zijn voor gewasbescherming. Waarmee je dus plantspecifiek kunt werken en dat dit ook al in de praktijk gebeurt, in plaats van dat het alleen technisch mogelijk is. Dat vond ik mooi om te horen. Dat is beter dan verhalen dat het over 20 à 30 jaar zus of zo zal gaan in de landbouw. Dat is leuk en aardig, maar met die actuele ontwikkelingen word je als student veel meer geprikkeld.”